Omvangstaten / Isolatiematerialen
Afschotisolatie: een dikteverloop vraagt een legplan
“Isolatie 80 mm” kan een vlakke plaat beschrijven. Bij afschotisolatie verandert de dikte binnen een plaat en over het dak. Daarvoor heeft u meer nodig dan één maat op een voorstel.
Welke documenten verbinden een afschotplaat met haar plek?
Een productblad verklaart dikteparen en plaatvarianten. Het legplan geeft hun positie en richting; de prestatieonderbouwing beschrijft de isolatiefunctie van de gekozen opbouw.
Omvangstaat / benoem wat meetelt
Een onderdeel.
Een passende eenheid.
De eenheid helpt bij omschrijven. Zij bepaalt geen hoeveelheid, prijs of benodigde materialen voor uw dak.
| Onderdeel | Eenheid | Wat u beschrijft |
|---|---|---|
| Plaatvariant en diktepaar | document | Legenda met dunne zijde, dikke zijde en de variant waarop de maten slaan. |
| Dakdeel op het legplan | m² | Benoemd vlak met plaatcodes, richtingen en aansluitende dakdelen. |
| Afvoer- en aansluitpunt | stuks | Eigen aanduiding met de laaghoogte die op die plek wordt uitgewerkt. |
| Prestatieonderbouwing | document | Herkenbare berekening voor de concrete geometrie en laagopbouw. |
De dunne en dikke zijde horen bij hetzelfde product
Afschotisolatie combineert een isolatiefunctie met een verloop in dikte. Dat verloop kan helpen een richting in de dakopbouw te vormen. Kingspan beschrijft TT46 als een PIR-afschotplaat en vermeldt dikteparen in het productblad. Recticel beschrijft in zijn richtlijn afschot op de lange zijde van de plaat. Lees zo’n plaat daarom met haar begin- en einddikte én de richting waarin de dikte verandert.
Een diktepaar is geen opsomming van twee afzonderlijke platen. Bij een vermelding als 50/70 mm kan het om de dunne en dikke zijde van één variant gaan. Controleer de legenda in het betreffende document; gebruik de schrijfwijze niet zonder die uitleg. Een vlakke basisplaat onder de afschotplaat kan vervolgens nog een afzonderlijk product in dezelfde opbouw zijn.
Bron bij deze uitleg:Kingspan — Therma TT46: dikteparen en Rd, april 2026 (pdf)Recticel — verwerkingsrichtlijnen plat dak: afschotisolatie en plan (pdf)
Een fictieve hellingsberekening, geen dakadvies
Stel uitsluitend voor een rekenvoorbeeld een plaat voor die van 50 naar 70 mm verloopt over 1.000 mm lengte. Het hoogteverschil is 20 mm. Gedeeld door de lengte is dat 20/1.000 = 0,02, dus 2%. Alle maten in dit voorbeeld zijn verzonnen; het is geen bestaande plaatvariant, vereiste helling of ontwerp voor een woning.
Draait u de richting in de schets om, dan loopt de hoogte juist de andere kant op. Het rekenpercentage alleen vertelt dus niet waar het water in een daadwerkelijk dakontwerp heen gaat. Daarvoor moeten de afvoerpunten, dakdelen en laaghoogten op hetzelfde plan staan. Een bestaande draagvloer kan bovendien al een hoogteverloop hebben, dat naast het plaatverloop moet worden beschreven.
Het legplan koppelt een plaatcode aan een plek
Op een legplan kan een reeks plaatcodes de oplopende diktes van verschillende rijen aangeven. De legenda vertelt welke variant bij iedere code hoort. Een herhaald dakdeel of een tegengestelde afvoerrichting vraagt daarmee een eigen leesbare aanduiding. Zonder die samenhang heeft een lijst met aantallen platen nog geen duidelijke plaats in het dakvlak.
De Recticel-richtlijn behandelt afschotisolatie als projectafhankelijke toepassing en verwijst bij de montage naar het geleverde afschotplan. Voor uw documentenset betekent dat: bewaar de codelegenda en de tekening samen. Vraag bij een gewijzigde afvoerlocatie of een andere opbouwhoogte om de daarbij behorende planversie. Een oude tekening en een nieuwe bestellijst kunnen verschillende uitgangspunten beschrijven.
Bron bij deze uitleg:Recticel — verwerkingsrichtlijnen plat dak: afschotisolatie en plan (pdf)
De isolatieprestatie vraagt meer dan een gemiddelde maat
Het TT46-productblad toont bij dikteparen afzonderlijke minimale en maximale Rd-waarden. Dat maakt begrijpelijk dat de dunne en dikke kanten niet overal dezelfde productwaarde hebben. Het is nog geen Rc-berekening voor het gehele dak. Rd bij een plaat en Rc bij de constructie blijven afzonderlijke gegevens, ook wanneer de plaat zowel isolatie als afschot verzorgt.
Het gemiddelde van de twee fictieve diktes 50 en 70 mm is 60 mm. Dat eenvoudige gemiddelde mag u niet zonder onderbouwing als de vastgestelde isolatieprestatie van een compleet afschotdak gebruiken. Vraag welke rekenwijze bij de concrete geometrie en laagopbouw is toegepast. Een legenda met alle plaatvarianten helpt de opsteller die berekening koppelen aan het ontwerp.
Bron bij deze uitleg:Kingspan — Therma TT46: dikteparen en Rd, april 2026 (pdf)
Lees de uiteinden samen met afvoeren en opstanden
Een oplopende laag heeft een andere hoogte bij verschillende details. Zet daarom op het document welke dakdelen bij een afvoer, rand of daklicht aansluiten. Dit artikel bepaalt geen aansluitmaat: het helpt herkennen dat één centrale plaatdikte die plekken niet allemaal beschrijft. Bestaande hoogten en toekomstige pakketlagen horen in dezelfde uitwerking.
Gebruik de dakpakketvergelijker voor drie bij elkaar horende verwijzingen: het afschotplan met richting en codes, de productvarianten met dikteparen en de onderbouwing van de isolatieprestatie. Laat een onduidelijk codeveld open als vraag. Zo wordt afschotisolatie een leesbaar onderdeel van het gekozen pakket in plaats van een los percentage dat de geometrie, laaghoogte en prestatie tegelijk zou moeten verklaren.
Herkomst van de uitleg
Bronnen & deze versie
De bronnen ondersteunen algemene uitleg. De opbouw, productvariant en verwerking voor uw dak vragen afzonderlijke beoordeling en afspraken. Lees productinformatie in haar toepassingscontext.
- Kingspan — Therma TT46: dikteparen en Rd, april 2026 (pdf) ↗
- Recticel — verwerkingsrichtlijnen plat dak: afschotisolatie en plan (pdf) ↗
Samengesteld voor dakbedekking-offerte.nl. Inhoudelijke versie: .
Hoe wij broninformatie gebruiken ↗